Categorie: Panama

Eilandleven in Loosdrecht vs. Panama

Eilandleven in Loosdrecht vs. Panama

Stipjes in het water!

Zet me op een eiland en ik voel me vrij. Het heeft voor mij iets puurs en ongerepts. Een stukje land omringd door water maakt je klein, soms zelfs kwetsbaar en helpt je onthaasten. Waar ook ter wereld. Ver weg maar soms ook heel dichtbij.

2018: Panama!

Dit Midden-Amerikaanse land heeft volop keuze als je het tropische eilandgevoel wilt ervaren. Doordat het is ingeklemd tussen de Caribische zee en Stille Oceaan heb je zelfs de luxe te kunnen kiezen uit twee oceanen. Sommige eilanden zijn zo klein dat je er in no time omheen loopt. Zo ook op Caya Zapatilla in de Caribische zee; een stukje puur Panama in eilandengroep Bocas de Toro. We zijn er in 2018. Onze schipper zigzagt bedreven tussen het ondiepe koraal door om zijn boot vervolgens het witte strand op te sturen.

Het eiland is onbewoond en, op een paar schippers en toeristen na, leeg. Over een pad met gammele steigers lopen we dwars door de jungle naar de andere kant van het eiland. De zee is helder blauw; een walhalla om te snorkelen. De kustlijn bestaat uit wit poederzand met direct erachter een dicht bos van palmbomen. Vanuit de lucht ziet het er paradijselijk uit, een stipje in de oceaan.

2020: negenduizend kilometer verderop!

Nog zo’n mooi stipje! In een meer dit keer in plaats van in de zee, en gewoon hier om de hoek. Eiland Markus Pos ken ik als mijn broekzak. Ik ben er opgegroeid, leerde er zwemmen, zeilen en zandkastelen bouwen. We sliepen er in een tentje of op de boot en hebben heel wat zwoele zomeravonden gevaren en gebarbecued.

Nog steeds kom ik er heel graag en regelmatig. Mijn jeugd herhaalt zich, nu met onze eigen kinderen. Het is mijn favoriete thuiseiland in ons eigen mooie Loosdrecht.


Zo vanuit de lucht is de gelijkenis ineens goed zichtbaar. De kleuren net even anders maar met hetzelfde onbeschrijflijke eilandgevoel.



Doe je mee met Travelz@Home?

Zet je reisfoto en een vergelijkbare foto van ons eigen Holland plus een korte beschrijving op Facebook of Instagram en tag mij via @travelznu. Mailen mag ook: yvonne@travelz.nu

Jungle op de Veluwe vs. in Panama

Jungle op de Veluwe vs. in Panama

Verdwalen in de jungle!

Geef mij een dicht bos en ik waan me in een andere wereld. Stil en groen, liefst zonder andere mensen. Klinkt onaardig en lichtelijk mensenschuw, maar in de natuur kom ik bij voorkeur alleen natuur tegen. Gewoon lopen, zien, voelen, horen, ruiken, vallen, opstaan en verdwalen!

Het is mei, zelfde maand, twee jaar geleden. We zijn al ruim een week in Panama en, na wat dagen op een tropisch eiland, klaar voor actie in de jungle. Bestemming: Boquete, een bergdorpje in Volcán Barú National Park in het westen van Panama. Een lichte vorm van keuzestress overvalt ons. Dit is de plek voor wie houdt van wandelen, mountainbiken, klimmen of raften. Zoveel te doen in een korte tijd.

Urbano’s rijden af en aan naar alle plaatsen in de regio. We kiezen voor een bergtocht en stappen uit bij het startpunt van de ‘lost waterfall trail’. Het pad gaat direct steil omhoog en komt uit op een open vlakte. We komen even op adem en kijken om ons heen. Vogelgeluiden doen Jeroen direct naar zijn verrekijker grijpen. Hij tuurt in de verte op zoek naar kleurrijk gevleugelte. Ik kijk ademloos in het rond. De met nevel ingepakte bergen hebben iets mysterieus.

Tussen al het groen staat een huisje in een bloemrijke tuin. Kolibries vliegen af en aan en leven zich uit op de zoete nectar. Eduardo bemant de startpost. ‘Welkom! Waar kom je vandaan?’ zegt hij vriendelijk. Hij registreert alle gegevens: naam, land, datum en tijdstip van vertrek. ‘Voor je eigen veiligheid. Het is schitterend hier, maar blijf op de paden en kijk uit want het kan glad zijn’.

De wandeling is een uitdaging met modderige stukken en steile afgronden. De maand mei is de start van het regenseizoen. Het weer kan hier ineens omslaan waardoor je overvallen wordt door hevige regenbuien en paden veranderen in modderstromen. Niet veel later, als ik plat op mijn buik in de blubber lig, weet ik dat Eduardo niets teveel heeft gezegd. Voorzichtig dus!

De hoofdattractie is een trio aan watervallen. De weinig originele namen een, twee en drie doen echter niets af aan de schoonheid ervan. Duizenden kubieke meters water dendert met topsnelheid naar beneden. De zon tovert een regenboog tevoorschijn. Dit lijkt me een prima plek voor een picknick. 

Na vier dagen buitenleven in de jungle van Panama zijn we een paar schrammen, blaren en nieuwe ervaringen rijker. Tijd tekort, een plek om nog eens terug te gaan. 


Maar dit jaar niet, helaas! Vluchten zijn gecanceld, grenzen gesloten. Reizen zit er nu even niet in. Ons geluk is dat de zon schijnt, we onze camper Buddy hebben en de Nederlandse ‘jungle’ ook prachtig is. Tijd voor een paar dagen op de Veluwe!

Met het zachte gepiep van de wekker worden we wakker. Het is 6 uur, normaal gesproken geen tijdstip waarop ik vrijwillig mijn bed uit kom. Zachtjes sluipen we de camper uit om de kinderen niet wakker te maken. We gaan vroeg op pad in de Veluwse bossen, op zoek naar everzwijnen, herten en andere activiteit.

Als teken van de lente springen knoppen uit struiken en bomen. We lopen door het dichte bos als de vroege ochtendzon door de bomen breekt. In een flits zie ik een everzwijn huppelen in het groen. Even snel als hij verscheen, verdwijnt hij achter een heuvel. Door de (voor Nederlandse begrippen) flinke hoogteverschillen, slingerende paden en het dichte bos heb je geen idee meer waar je bent. Verdwaald in de jungle. Vogels zingen hun ochtendlied. Voor Jeroen een signaal om naar zijn verrekijker te grijpen. Ik kijk naar hem en zie als in een flits de Panamese jungle voor me. Mijn camera legt het vast. Zelfde setting, zelfde plaatje. Nouja, bijna dan.




Doe je mee met Travelz@Home?

Zet je reisfoto en een vergelijkbare foto van ons eigen Holland plus een korte beschrijving op Facebook of Instagram en tag mij via @travelznu. Mailen mag ook: yvonne@travelz.nu

Eilandleven in Panama

Eilandleven in Panama

Panama | Bocas del Toro | Isla Bastimentos

– kaaimannen, luiaards en felle kikkers –

We reizen door het nog relatief onontdekte Panama en stranden in een jungalow op eiland Bastimentos; een huis op palen in de dichte jungle. Geen muren, wel uitzicht. 

Ik twijfel of ik wakker ben of dat ik droom. Het klinkt alsof iemand naast ons bed de douche heeft aangezet op standje waterval. Ik kijk door mijn klamboe naar buiten: jungle gevuld met grote dikke druppels. Groene bladeren, zo groot als parasols buigen door de massa water die uit de lucht komt. Vreemde geluiden vullen de kamer. Getjirp, gekwetter en een krakend geluid. We liggen onder een klamboe op de bovenste verdieping van onze jungalow. De naam zelf zegt genoeg. Zoef! Een vleermuis scheert vlak langs het bed. Had ik al verteld dat onze kamer open is?

Na een vlucht vanuit Panama City zijn we de dag ervoor geland op Isla Colon, hoofdeiland van eilandengroep Bocas del Toro. Een korte wandeling van de kleine landingsstrip naar de haven laat zien dat hier met name backpackers stranden die zin hebben in een feestje. Hostels en bars vullen de kleurrijke straten van dit stukje Cariben. De sfeer is relaxt, de nachten zijn lang en mogelijkheden eindeloos. Wij houden het voor gezien en springen in een bootje naar buureiland Bastimentos. 

Kaaimannen, luiaards & felle kikkers

De schipper kent de weg en zigzagt bedreven door het ondiepe water tussen het rif en de mangrove door. ‘Laat maar weten als je weer terug wilt’ roept hij al zwaaiend als hij ons achterlaat op de steiger. Na amper een kwartier varen waan je je in een andere wereld. Stilte, vogelgeluiden, in de verte een kano en in de baai een familie tuimelaars! Palmar Dock is niets meer dan een vlonder in de mangrove van zuidelijk Bastimentos. Dwars door de wildernis loop je in tien minuten naar de noordkust. Halverwege is een zoetwaterlagune waar een bordje het zowel nuttige als logische advies geeft de aanwezige kaaimannen niet te aaien. Het pad gaat verder met als eindbestemming Playa Rana Roja. Het strand is vernoemd naar de aardbeirode pijlgifkikker die zich thuis voelt in dit vochtige klimaat en met wat geduld en gedegen speurwerk te vinden is. Plots opent het bladerdak zich voor Red Frog Beach; wit poederzand, palmbomen tot aan de zee en jungle in de achtertuin. 

Palmar Beach Lodge is een Eco-resort met tenten, een paar huisjes en 1 jungalow. De sfeer is relaxt, de tropische cocktails en maaltijden van het op het strand gelegen restaurant zijn de allerlekkerste. De palmbomen bieden houvast aan hangmatten en een slackline voor de acrobaten onder ons. Vogels vliegen al kwetterend voorbij, een gifkikker huppelt tussen de vochtige bladeren door en in de boom kruipt een rattenslang. Veel dichterbij de natuur kan je niet komen. 

‘Over het strand en door de rimboe ben je er in een uurtje. Neem maar geen lunch mee, er is een prima restaurant’ aldus de behulpzame receptionist. Bestemming van vandaag is Polo Beach, een baai waar het mooi snorkelen is. De route over het strand is een beleving op zich. Mangrovebossen staan met hun wortels zo ver in zee dat het kiezen is tussen klimmen of zwemmen om verder te komen. Het is dé perfecte mix voor ons:  dichte jungle en strand. Bas en Siep klimmen en klauteren, nemen tussendoor een duik en gaan op zoek naar luiaards en gifkikkers.

Iets verderop, tussen dichte begroeiing loopt een paadje. “Kom jongens, daar moeten we doorheen!”. Opeens, vanuit het niets verschijnt op ooghoogte een luiaard, hangend aan een palmblad, een welwillend model voor onze camera. Zo dichtbij dat we de algen op zijn vacht haarscherp kunnen zien. Hij is op weg naar boven na zijn wekelijkse toiletbezoek onderaan de boom. Traag klimt hij met zijn scherpe tenen omhoog om daar, als een bolletje wol, in een diepe slaap te vallen.

Healthy food van vriend Polo

‘Dónde es Playa Polo?’ vraag ik in mijn beste Spaans aan de eerste local die we tegenkomen na dik een uur lopen. De man lacht breeduit en zegt: ‘Me llamo Polo y aquí es Playa Polo’. Op mijn vraag of hij weet waar het restaurant is, wijst hij naar zijn hut en zegt opnieuw: ‘Hier!’. Op een open vuur pruttelt een pot. ‘Triggerfish with coconut rice, please help yourself!’. Na enig aarzelen scheppen we een paar bordjes vol. Het mengsel smaakt verrukkelijk. Met een enorme machete ragt de oude man in twee klappen een kokosnoot open. ‘Here, drink! It’s healthy’ zegt hij tegen de kinderen. Polo woont al 56 jaar in dit rieten huisje. Het strand is naar hem vernoemd, of is het andersom? Hij ontvangt toeristen, helpt ze aan overheerlijk voedsel en maakt graag een praatje. Met een goed gevulde maag zwaaien we deze bijzondere man gedag. De receptionist heeft niets teveel gezegd. Hier zit een prima restaurant. 

Na een paar onvergetelijke dagen en nachten bij Palmar Beach Lodge verhuizen we per taxiboot naar het hoofdstadje van Bastimentos. Eerder die week ontmoetten we Michel en Ginette, een Frans-Canadees stel dat hier al een paar jaar woont en de eco-friendly duikschool Scuba 6 Eco Diving heeft opgezet. Op wat palen huist de in elkaar getimmerde duikschool annex B&B, direct naast de haven van Bastimentos Town. Hond Lucky struint al kwispelend over de steigers achter Bas en Siep aan heeft de harten van de jongens gestolen. Voor het broodnodige contrast verruilen onze luxe resort voor een kamer op palen bij de duikschool. 

Soms ontmoet je mensen die zo mooi kunnen vertellen dat je alleen nog maar kan luisteren. Ginette is daar het levende voorbeeld van. Als zeebioloog weet ze alles over de oceaan en het onderwaterleven. Ze vertelt honderduit. Nadat we alle spullen hebben ingeladen varen we richting buureiland Isla Solarte. Bas is thuis bezig zijn duikbrevet te halen en mag voor het eerst mee naar 12 meter diepte. Het koraal en de tropische vissen zijn wel even andere koek dan de waterplanten en snoekbaars in de Vinkeveense plassen. Siep probeert met zijn 8 jaar voor eerst wat het is om met perslucht te duiken. Op 1 meter diepte is voor hem de ervaring al net zo bijzonder. Voor ons, ervaren duikers, is het kunnen duiken met je kinderen goud waard. 

Die nacht scheurt de hemel open. Donder en bliksem doen onze op palen gebouwde kamer schudden. Een geschrokken Lucky krabt in paniek aan de deur en krijgt het met zijn angstige ogen voor elkaar de rest van de nacht tussen de jongens in te slapen. De volgende ochtend worden we wakker van het geronk van de boten die af en aan varen in de naastgelegen haven.  

Zondags komt het slaperige hoofdstadje tot leven. Eilandbewoners maken muziek op het havenplein waar de geur van geroosterde maiskolf overheerst. In de smalle straatjes, vrij van verkeer, spelen kinderen met waterpistolen. Ze spreken gwadi-gwadi, een mix van Jamaicaans Engels, Spaans en een vleugje Guaymí; de taal van de lokale bevolking Ngöbe-Buglé.

Een groepje kinderen zeult een volle krat met lange platte bonen. ‘Twenty five cents! Es tama-tama’ zegt Daisy. De bonen zijn gevuld met witte plakkerige vruchten die heerlijk zacht en zoet smaken. Voor 2 dollar kopen we een voorraadje voor onderweg. Vandaag zwaaien we Isla Bastimentos, Ginette, Michel en Lucky gedag en reizen we verder, terug naar het vasteland de bergen in. 


Praktisch

Hoe kom je er?

Je vliegt met Air Panama vanaf Panama City naar Isla Colon in drie kwartier (ca € 100,=). Kom je over land dan rij of neem je de bus naar Almirante. Vanaf daar ga je met de boot (meestal via Isla Colon) naar Bastimentos (ca € 8,=).

Slapen

Slapen in de jungle aan het strand doe je bij Palmar Beach Lodge op Isla Bastimentos https://www.palmarbocas.com/ luxe in de jungalow, in een safaritent of dorm. In Bastimentos Town zijn veel hostels; Dreamcatcher ligt prachtig, aan zee en heeft een relaxte Caribische sfeer. 

Duiken

Zonder twijfel doen bij Ginette en Michel van Scuba 6 Eco Diving. Voor het duikavontuur en de verhalen van Ginette. https://www.scuba6ecodiving.com/

..

Eten

Sowieso een bordje scheppen uit de pan van Polo bij zijn huisje aan Polo Beach (ca 1 uur lopen naar het noorden vanaf Red Frog Beach). Verder kan je heerlijk en betaalbaar eten bij Palmar Beach Lodge. Of ga met een taxiboot een avondje naar Bastimentos Town.

Doen

Cayo Zapatilla, een stukje puur Panama op een uurtje varen vanaf Isla Bastimentos. Cayo Zapatilla is een onbewoond paradijs in de Caribische zee. Een pad door de jungle brengt je naar de andere kant van het eiland. Ga picknicken op een strand met wit poederzand. Wel zelf je picknickmand meenemen want er is niets te koop. 




Monsters en buitenaardse tekens

Monsters en buitenaardse tekens

Panama | San Blas |

– Brak of zen op een onbewoond eiland? –

We zijn op Isla Aroma, een van de 365 eilandjes in de archipel van San Blas. Het leven op een (bijna) onbewoond eiland is goed. Alhoewel, niet altijd!

Er is niets en alles tegelijk. De kinderen vermaken zich kostelijk op het strand met zand, zee en een paar kokosnoten. Een holle stam hebben ze rechtop in het zand gestoken en vanaf een paar meter afstand proberen ze om de beurt kokosnoten erin te mikken. Een heuse Robinson proef is geboren. In een hoge palmboom hangt een touw met een dikke knoop die fungeert als reuzenschommel. Wat kan een goed leven toch eenvoudig zijn.

Daar luidt de gong; teken voor een nieuw avontuur. Met z’n allen springen we in de houten schuit. De schipper zit achterin terwijl zijn maatje op de punt staat om ons veilig door het koraal heen te begeleiden. We zigzaggen door de zee op naar een bijzonder fenomeen; ‘the blue hole’.

De naam zegt precies wat het is. Midden op open zee doemt ineens een grote lichtblauwe cirkel op. Een ronde zandbank heeft dit verschijnsel gecreëerd. Het is bijna niet echt, van bovenaf moet het op een buitenaards teken lijken. Helaas kunnen we dat niet zien omdat drones op San Blas verboden zijn; er staan boetes van 500 dollar op het vliegen met een drone. Enerzijds jammer want de plaatjes zouden onwaarschijnlijk mooi geworden zijn. Anderzijds begrijpelijk omdat je het authentieke karakter van de eilandengroep niet wilt beschadigen.

We stappen uit de boot en staan kniehoog in het warme water. Zeesterren lijken als decoratie te zijn uitgespreid over de zeebodem. Om ons heen niets dan open zee en een paar onbewoonde eilandjes in de verte. Een oude man peddelt in zijn kano voorbij. De gedachte dat er een buitenaards wezen aan te pas moet zijn gekomen om al dit moois te creëren is zo gek nog niet.

Monsters in de nacht

De zon gaat onder en niet heel veel later lijkt het of iemand ineens het licht heeft uitgedaan. Toch geeft het licht van de sterren en maan ons voldoende licht om de weg over het eiland te kunnen vinden. We kloppen onze zandvoeten af en springen in het gammele bed. Het ruisen van de zee soest ons al snel in slaap.

BAM!!! Wakker! Midden in de nacht. Een knal en een flits geven het startsignaal voor een enorme onweersbui. De wind blaast door de hut en harde regen snijdt dwars door de rieten wanden om als nevel neer te strijken op bed. Een harde windvlaag duwt de deur open waardoor het regenwater naar binnen schiet. De lieflijke zee van vanmiddag ziet er uit als een groot donker monster dat het eiland wil verzwelgen. Ineens realiseren we ons dat de kruimel in de oceaan ook maar echt een kruimel is en door een beetje golf van formaat zo van de aarde kan worden gespoeld. Na een helse nacht worden we gebroken wakker. Onze mede-eilandbewoners zitten er tijdens het ontbijt al net zo slaperig bij. Het brakke gevoel op een idyllisch eiland duurt echter nooit lang. Even later dobberen we in een kalme zee, lieflijk en blauw. Terug in het paradijs, alsof het maar een droom was.




Op een onbewoond eiland

Op een onbewoond eiland

Panama | San Blas |

– Kruimels in de oceaan –

In het noordoosten strekt zich een bijzonder en puur gebied uit tot aan de landsgrens met Colombia. Comarca Guna Yala, thuis van de Guna indianen. Zo’n honderd jaar geleden heeft deze inheemse bevolkingsgroep gestreden voor behoud van hun tradities en gebruiken. Met succes besturen ze hun land en leven ze in de bergen en op eilandengroep San Blas. Door het asfalteren van de bergweg is het voor reizigers sinds een paar jaar mogelijk deze regio te bezoeken. Desondanks schijnt de route ernaartoe een rollercoaster te zijn  en wellicht niet geschikt voor iedere toerist. Voor ons des te meer reden dit gebied te gaan ontdekken.

We worden opgehaald bij ons hotel in Panama City. De bus is gevuld met een mix aan nationaliteiten en leeftijden. Twee jonge meiden uit Zwitserland, een Amerikaan en een Franse student en ons Hollanders met twee blonde jongetjes. Zo verschillend maar allemaal met hetzelfde doel: ervaren hoe het is om te verblijven op een kruimel in de oceaan. Onze chauffeur slingert zijn auto door het met mist omhulde gebergte. Hij beleeft overduidelijk lol aan het bedwingen van de haarspeldbochten en omzeilen van de gaten in de weg. We stuiteren van links naar rechts en zijn blij dat geen van ons snel last heeft van wagenziekte. Na de turbulente autorit komen we enigszins wiebelig aan bij de kust. Bootjes, beschilderd als drijvend kunstwerk, sieren de kleine haven. We kiezen de mooiste en gaan op weg naar ons eigen Expeditie Robinson avontuur.

De eilanden in de archipel lijken als broodkruimels uitgestrooid in de azuurblauwe zee, omringd door bossen van koraal. 365 stuks, voor elke dag een. Een krappe 50 is bewoond. De een gevuld met slechts een hut en drie palmbomen. De ander tot op de laatste centimeter bebouwd met op elkaar gestapelde huisjes van riet, golfplaten en ander bouwmateriaal.

Pof! een kokosnoot

Ons thuis voor de komende dagen luistert naar de naam Asseryaladub, Isla Aroma in het Spaans. Een speldenprik op de kaart, een meter boven zeeniveau, fijn zand, koraal, palmbomen en twaalf rieten hutjes. Op het eiland woont een 10-koppige Guna familie die voor hun gasten zorgt. Ze zijn bescheiden, verlegen bijna, maar trots op hun land en volk.

Terwijl de kinderen spelen op het strand doe ik een rondje over mijn eigen kruimel in de oceaan. In amper zes minuten ben ik klaar. Pof! Op een steenworp afstand ploft een kokosnoot voor me op de grond. Dat scheelde niks.

Tussen de bomen door zie ik een visser peddelen in een uitgeholde boomstam. Met een ferme zwier gooit hij zijn net in de zee. Tussen het vissen door schept hij met een emmer zijn volgelopen kano leeg.

Een prachtige Guna vrouw ziet me kijken en glimlacht lief. Terwijl ze de was ophangt maak ik een praatje. Guna’s hebben hun eigen taal maar met handen en voeten kom je een heel eind. ‘Hij is voor jullie aan het vissen.’ zegt ze zacht. ‘Ik heet Bibida en help in de keuken en bij het huishouden’. Haar armen en benen zijn volgens traditionele gebruiken versierd met kralen in bonte kleuren. De molas die ze draagt, zijn zelfgemaakt van felgekleurde stoffen, vastgestikt in sierlijke patronen. Het eilandleven is rustig, vredig. Na een dagje onthaasten luidt om 6 uur de gong: eten! Bibida zet met een liefdevolle lach een bord voor me neer. Vis! Verser dan dit krijg je het niet.